In mijn hart 17 mei 2020

In Gelderse bossen en parken praat Klaas Drupsteen met mensen over hun speciale band met een vriend, familielid of geliefde. Het zijn toevallige ontmoetingen tijdens een wandeling, die leiden tot openhartige gesprekken over liefde, vriendschap, het leven en wat mensen voor elkaar betekenen.
Meer over dit programma: https://www.omroepgelderland.nl/in-mijn-hart

#inmijnhart #wandeling #gelderland

Subtitles and Closed Captions

888
RUSTIGE MUZIEK EN FLUITENDE VOGELTJES.
In Gelderse bossen en parken praat ik met mensen over hun speciale band met een vriend,
familielid of geliefde. Wie draag jij in je hart?
MUZIEK.
Goeiemiddag. -Goeiemiddag.
Ik wil graag wat vragen over iemand met wie u een bijzondere band heeft.
Denkt u dan direct aan iemand? -Dan denk ik aan mijn moeder.
Met haar heb ik een heel bijzondere band, ja.
En zij is er nog? -Gelukkig wel ja.
Ze zit nu in het blinden-instituut in Ermelo en half maart kreeg ze griep en een longontsteking.
Dus het was meteen corona, maar na een test bleek dat gelukkig niet het geval te zijn.
Dus dat was voor mij een hele verlichting.
Zij ziet niet? -Zij ziet waas, ze ziet wel schimmen.
Het gezichtsvermogen wordt steeds minder.
En wat maakt die band zo bijzonder?
Ja..., we zijn altijd heel close geweest met elkaar.
Misschien is mijn handicap de oorzaak geweest, want ik had vroeger een kromme rug.
En ik heb nu twee stalen pennen in mijn rug zitten.
Misschien dat dat het was, ik weet het niet, maar ik ben altijd heel close met mijn moeder geweest.
Je was kwetsbaarder? -Nou nee, ik was veel meer zelfstandig.
Ik was geen schaapje van de familie. Als er een zei: je moet dit, dan deden ze het allemaal.
Maar ik was tegendraads.
En had dat wat te maken met je rug? -Ja, als kind word je met heel veel gepest,
bijvoorbeeld als je een hazenlip had of een brilletje of een loens-oog.
Je werd altijd wel uitgescholden om je handicap.
Dat waren kinderen, maar volwassenen konden er ook wat van.
Ja, dat heeft mij sterk gemaakt!
En dat heeft me ook heel veel verdriet gedaan, maar het heeft me ook sterk gemaakt.
Want jij werd gepest met die kromme rug? -Jazeker,
want ik was de gebochelde van de Notre Dame, Quasimodo,
en ik weet ik veel wat ik allemaal naar mijn kop geslingerd heb gekregen!
En hoe reageerde je moeder dan? -Dat deed haar wel verdriet.
Op de hogere school zat een jongen die steeds zei: he bochel, he bochel.
En toen heb ik drie keer tegen hem gezegd dat hij op moest houden,
'anders sla ik je straks voor je harsens!'.
En bij de vierde keer was het bam, raak!
Toen heb ik hem echt geslagen. En natuurlijk moest mijn moeder er bij komen.
En de meester zei: dat kan niet! Maar mijn moeder zei: 'hij had hem zijn oren af moeten bijten'.
'Hij had hem zijn hersens in moeten slaan.' Ja! Want mijn moeder kon ook niet tegen dat gepest.
Maar je moeder kwam altijd voor je op? -Ja.
En hoe steun je haar nu? -Ja, door haar op te zoeken.
Nu zit ze in Bartimeus en dan ga ik eerst langs de vishandel...
en bel ik van te voren op of ze trek heeft in een visje.
En dan zegt ze wat ze wil en dan haal ik in Harderwijk een visje voor haar....
en dan geef ik dat af aan de zorg en dan heeft ze weer wat lekkers!
Want dan kun je haar niet zien? -Nee, ik kan haar niet even zien.
Maar dat gaat aanstaande maandag veranderen. Dan wordt er zo'n bezoekersbox geopend.
En dat doet haar ook wel goed. Ze zegt altijd: blij dat ik je stem hoor.
En ze kan mijn gezicht niet goed zien, maar ze ziet wel mijn bouw.
En als ik zijwaarts ga staan, dan ziet ze me helemaal met die dikke pens van me.
Je hebt nu geen kromme rug meer, maar een beetje kromme buik?
Ja, het is een beetje naar voren geschoten. GELACH.
Hoe blij ben jij dat ze er nog is? -Nou heel blij! Ik zou me zonder haar geen leven voor kunnen stellen.
Echt niet!
Waarom niet? -Ja, het is mijn moeder. Ze heeft het eeuwige leven wat mij betreft.
Ze wordt nu 88, maar van mij mag ze 120 worden!
Het is je moeder. Iedereen wil zo'n moeder. Tenminste iedereen die een goede band met z'n moeder heeft.
Niet iedereen heeft zo'n goede band. Je hebt ook mensen die denken: nou, daaaag, ik ga niet meer.
Maar dat denk jij niet? -Nee, echt niet.
Van de week had ik het met iemand over moeders en zo en dingetjes brengen.
En die zei: ja, maar dan moet ik 88 kilometer rijden, dat doe ik niet hoor.
Ik zei: dat heb je toch wel over voor je moeder?
Ik zei: al zou ze in Maastricht wonen en ze zouden daar geen visboer hebben,
dan rijd ik rustig van Harderwijk naar Maastricht om haar een harinkie te brengen hoor!
Zo gek ben ik ook nog!
En haar dan heel blij te zien worden? -Ja, en dat is het belangrijkste.
Dat is het mooiste wat er is: iemand blij maken!
Zeker je moeder? -Zeker mijn moeder!
MUZIEK.
PIEPEND HEK.
Goeiedag. -Hallo.
Mag ik vragen wat u bent van elkaar? -Mijn vriend. -We hebben samen een relatie.
Niet getrouwd? -Nee.
We hebben er allebei een huwelijk op zitten.
Hoe lang is dat geleden? -Tien jaar geleden, dus we zijn tien jaar bij elkaar. -Ja.
En voor jou is het iets langer geleden he? -Ja, 13 jaar.
En bij jou is het vrij snel na de vorige relatie weer begonnen? -Ja, dat klopt.
Het was heel onverwacht, want dat had ik ook niet gedacht. Maar dat overkomt je.
Hoe kwam het? -We kwamen elkaar tegen in een cafe en toen zagen we elkaar.
We hadden een gezamenlijke vriendin en die zei tegen haar: je moet er eens uit.
En ik kwam daar al. En toen kwam ik haar tegen. Ik was al zo'n 3 jaar alleen.
En toen is het tot stand gekomen. De vonk sloeg over. Zij is 24 jaar getrouwd geweest en ik 30 jaar.
Die relatie werd niet beeindigd omdat ik dat wilde, dus dat was ook nog moeilijk, snap je?
Was hij toen een trooster? GELACH. -Nee, dat was ik niet.
Als ik uit was, was ik meer een feestneus en dat was voor haar ook: een stukje ontspanning vinden.
In het cafe kwamen veel mensen die in dezelfde situatie zaten: tussen de 35 en 65 jaar.
En die zaten allemaal alleen.
Door de weeks was het voor niemand een probleem als je met die mensen ging praten,
maar het weekend was wel een probleem.
En dan moesten ze er even uitbreken.
Dus het was een beetje een vrijgezellen-cafe? -Ja.
Nou, daar is wel veel tot stand gekomen, dus ja, daar zijn best veel mensen tot elkaar gekomen.
Hij is dus een beetje een feestnummer? -Ja.
En hoe is hij dan? -Heel gezellig! GELACH.
Een beetje druk. -Zij is rustig en verstandig. -Ik ben heel rustig ja, dat klopt.
Misschien passen we daardoor ook wel goed bij elkaar. Als je allebei druk bent, dan...
En zit trouwen er nog in? -Nee. -Nee, we zijn officieel wel verloofd.
Maar dat ben je toch alleen als je gaat trouwen? -Ja, dat kan heel lang duren. GELACH.
Dat is de status die jullie willen vasthouden? -Ja. -Ja, ik denk het wel.
Ik denk niet meer dat het er van komt om nog te trouwen.
En verder maakt het ook niet zoveel uit, of je getrouwd bent of samen woont....
Dat voegt weinig toe, denk ik.
Maar het kwam er zo bewust uit dat ik denk: dat willen jullie niet meer voor de tweede keer?
Dat is het, we willen niet meer voor de tweede keer, dat klopt.
Zoals zij de domper heeft gehad, zo heb ik die ook gehad.
En dan gaat het er niet over wie schuldig is, dat is niet belangrijk.
Maar dat hoeft gewoon niet meer. Dat wil je niet meer meemaken.
Omdat je dan nog banger wordt dat het ophoudt of zo? -Nou, het brengt wel een hoop ellende met zich mee.
Ik woon bij haar en als er nou iets zou zijn, dan kan ik mijn koffer pakken en gaan.
Maar toen was er heel veel: er waren kinderen in het spel en bij haar ook.
Zij heeft een zoon en ik heb er drie. Dus ja, dan is het toch wel anders.
En dat heeft een hele grote impact. Dat sleept ook heel lang na.
Voelen jullie die impact nog steeds? -Ik denk die nooit weggaat.
Dat is voorbij, maar tijdens sommige gesprekken met je kinderen...
merk je dat het voor hun nog een grote rol speelt.
En als je dat een keer hebt meegemaakt, ben je dan ook banger of voorzichtiger?
Ja, dat klopt, ik wel. -Ja, over sommige dingen denk je anders.
We hoeven niet per se meer te trouwen om het goed te laten zijn.
Want we waren toen allebei getrouwd en dat is ook fout gegaan.
Als je trouwt is het geen garantie.
Maar niks is een garantie in het leven, dat heb je er wel van geleerd.
Maar je zei ook dat je banger was? -Ja, ik ben daardoor wel bang en meer op mijn hoede.
Dat is logisch. Je gaat signalen veel beter bekijken,
dus als het een keer niet zo loopt, dan denk je: oh wacht even, even opletten nu.
In het begin waren we allebei blind van vertrouwen en dat is beschadigd in het huwelijk,
dus je gaat er anders mee om.
Heb je het wel een keer gevierd met anderen, dat jullie bij elkaar horen?
Ja, toen met ons verlovings-feestje. Toen hebben we groot feest gegeven.
Er waren honderd mensen, denk ik.
Jullie zijn dus verloofd tot de dood je scheidt? -Nou, dat is wel de bedoeling. GELACH.
LACHEND: Ja.
MUZIEK.
Hallo mevrouw. Wat een leuk hondje is dat.
Ik heb hem gekregen na het overlijden van mijn man, want wij wilden nooit meer een hond hebben.
En deze heb ik zodat ik niet alleen ben.
En ze gaven hem dus aan u omdat ze vonden dat u niet alleen thuis moest zijn? -Ja.
Het is een geschenk. Je bent nooit alleen en hij is blij als je thuiskomt.
We kunnen samen praten.
Samen praten zelfs? -Ja, alleen zegt hij niets terug. Of niet Bo? Bo?
Wat zegt u tegen hem? -Hoi knul, kom maar bij mama.
En als hij hard blaft dan zeg ik: niet zo hard, oma slaapt. En dan gaat hij zachtjes blaffen.
He Bo? Oma slapen he? Dan mag hij niet zo hard blaffen.
Was deze Bo ook een grote troost voor u toen u man was overleden?
Ja, want dan moest ik naar buiten en daar kom je onder de mensen.
En zo kreeg ik weer contact, anders knies je thuis zo weg en ben je zo alleen.
En u kunt knuffelen met die hond he? -Ja, maar ik ben niet zo'n knuffelbeestje.
Hij komt weleens bij me zitten en dat zet ik 'm weleens op mijn schoot.
En als je een beetje gezet bent, dan heb je geen schoot. GELACH.
Maar als deze Bo naar u toekomt en op de bank tegen u aan wilt kruipen, dan zegt u: doe niet zo klef.
Nee, nee, dat mag hij wel, doordat ik die schoot heb. Zie dan. GELACH.
Kunt u zeggen wat die hond voor u betekent? -Alles, alles!
Hij is niet te koop. Ook al leggen ze een ton neer, maar als het op is, dan ben ik wel mijn hond kwijt.
Het is echte liefde? -Ja!
Nog heel veel geluk met de hond samen! -Dank!
Oh kijk, daar gaat hij al. -Dat weet hij al.
Doeg!
MUZIEK.
Hoi!
MUZIEK.
Goeiedag mevrouw. Mag ik u wat vragen? -Zeker.
We maken een programma over de bijzondere band die mensen met elkaar hebben.
Denkt u aan iemand bij liefde of vriendschap? -Jazeker, aan degene die er niet meer is,
en daarom ben ik ook altijd in Neerijnen te vinden,
waar ik altijd wandel, want mijn man ligt hier begraven. Net buiten het dorpje Neerijnen.
Het is al heel lang geleden, maar die band heb ik gewoon. Ik voel me hier ook meteen thuis.
Maar ik heb hier ook samen met mijn man gewoond, vandaar dat die band altijd blijft.
En hij is hier overleden? -Ja en hij ligt op het kerkhofje net buiten Neerijnen begraven.
Hoe lang geleden is hij overleden? -Dat wordt 20 jaar. -Zo!
En komt u hier nog vaak? -Drie tot vier keer in de week.
Dit is zo'n prachtige plek! De natuur, of het nou winter of zomer is.
En nu vooral met de bloesem: het is een mystieke plek!
Drie, vier keer in de week? -Ja en dan kom ik uit Den Bosch om hier te wandelen.
En komt u dan voor die mystieke natuur of vooral uw man? -Beiden, want daar denk je aan:
wij wandelden hier vroeger heel veel en hij werkte in Nieuwegein. Hij had zo'n goed gevoel voor...
Toen was dit nog niet zo, toen was dit nog geen fietspad.
Hij wist toen al dat zich dat zo zou ontwikkelen. Hij had zoveel gevoel voor de natuur!
En ik niet. En nu, jaren later, zie ik het.
En dat is zo bijzonder.
En dat ziet u dat hij toen al gelijk had? -Ja, helemaal.
En ik zeg het ook vaak: wat heb jij gelijk gehad.
Waaraan is uw man overleden? -Ja, dat is allemaal triest gegaan: een medische misser. -Oh.
Dus dat is allemaal niet zo prettig geweest.
Hij was geopereerd aan een klein gezwel in de endeldarm. De operatie was helemaal geslaagd.
Ze hadden een nieuwe methode vanuit Amerika: ze zetten de darmwand met krammetjes aan elkaar.
Dat is compleet mislukt! Hij is overleden door een bloedvergiftiging.
Is hij wel bij geweest na de operatie? -Ja, ja.
Na een aantal dagen is het compleet misgegaan.
Hoe lang voor het overlijden wist hij dat het niet goed zou aflopen?
Nou, hij heeft het niet geweten. Want hij belde mij in Neerijnen en ik reed naar Amsterdam.
Ik had twee verschillende schoenen aan en ik kwam en toen zag ik al dat hij bijna vergiftigd was.
Toen hebben ze hem meteen naar de operatiekamer gereden en hebben ze een tube ingebracht,
maar toen kreeg hij een hartstilstand en toen was het te laat!
Heeft u dus ook geen afscheid van hem kunnen nemen? -Niemand, dat is vreselijk geweest... ja.
En daarom heb ik altijd weer het gevoel van, als is hier ben, ...
ja...
... ik voel dat hij op een of andere manier nog bij me is. Ja.
Daardoor is het misschien ook moeilijk om hem los te laten, omdat u geen afscheid kon nemen?
Jawel, na verloop van tijd, van jaren, kun je iemand loslaten...
het blijft wel in je hart, maar het leven gaat door.
En ik heb alles gedaan, het gevoel wat we samen deelden: ik ben Italiaans gaan studeren,
ik ben met met autootje naar Assisi gereden en ik heb een plekje gekocht in Italie, in Ubrie,
waar we verliefd op waren.
Hoe lang zijn jullie samen geweest? -Alles bij elkaar zo'n 12 jaar. Dat is kort.
Dat is te kort he? -Ja.
Ik ben ook getrouwd in het kasteel van Neerijnen.
We zijn getrouwd toen we in de Betuwe gingen wonen.
Kunt u zeggen hoe die 12 jaar waren? -Met ups en downs.
Het was een vrij ongeduldige man en veel stress, natuurlijk met zijn werk ook.
Hij kon ook ongeduldig zijn.
Dus jullie hadden ook weleens ruzie? -Oh ja, de borden vlogen wel door de kamer, maar dat is het mooie...
Letterlijk? -Juist, ja, omdat ik dan op een gegeven moment zo geladen werd, dus dat is wel zo, ja.
Hoe maakten jullie het dan weer goed? -Dat deed hij altijd op een speficieke manier.
Hij had een enorm gevoel voor humor. We woonden erg mooi en dan stond hij bijvoorbeeld bij het keukenraam...
en maakte hij allemaal grapjes bij het raam. En dan kreeg hij me altijd wel weer aan het lachen!
En dan was het weer goed? -Ja.
12 jaar waren jullie getrouwd en toen is hij onverwacht en onnodig overleden? -Ja.
Hoe ga je dan verder?
Ik was 48 en ik dacht: hier kom ik nooit meer bovenop.
Maar dat is me gelukt. Daarom was onze relatie ook bijzonder.
Mijn man hield wel van een sterke persoonlijkheid en dat ben ik ook wel.
En als u hier dan iets verderop bij zijn graf bent, voelt u dan nog veel?
Ja, heel vreemd..., ja, het is een graf en dat is het ook,
maar vreemd dat zo iemand nooit meer terug zal komen. Dat is gewoon heel raar!
Ja, dat vind ik echt heel heel erg. De plannen die we samen hadden...
... maar dat heb ik grotendeels alleen gedaan. Ik heb dat huis gekocht in Italie.
Daar was hij ook bij u? -Jazeker! -En hier op de dijk is hij er ook? -Absoluut.
De ene keer loop ik hier vier keer en de andere keer drie keer, want ik kom hier om de dag.
Maar ik vind het een geweldige plek.
Nog heel veel mooie wandelingen gewenst! -Dank je wel.
MUZIEK.
FLUITENDE VOGELTJES.
Hallo! -Dag.
Hoi hallo!
Mag ik wat vragen? U wandelt hier, maar het lijkt me niet zo makkelijk om hier te wandelen of wel?
Dat valt nogal mee, ik ben het gewend.
En de stok behoedt me ervoor dat ik niet de hele tijd naar beneden loop te kijken, waar ik mijn voeten zet.
Dus de stok geeft vertrouwen? -Ja, heel veel!
Wij praten in dit programma over de onderlingen band tussen mensen.
Wat zijn jullie van elkaar? -Wij zijn man en vrouw, getrouwd. -Ja, hoor, ook dat.
Al lang geleden? -In 2006.
En is dat dan de eerste relatie? -Nee, ik was niet eerder getrouwd,
maar heb wel samengewoond met iemand anders. -En ik ben eerder getrouwd geweest.
Waar zijn jullie elkaar tegengekomen? -Op het werk.
Hij was een van de directeuren, dus dat kon helemaal niet. GELACH.
Dus ik ben maar van baan veranderd binnen de organisatie, maar ja, een aantal weken later...
kwam er een organisatie-wijziging en werd hij weer opnieuw manager in het gebied waar ik werkte.
En toen zei een collega: je kan lopen wat je wil, maar sommige dingen ontloop je niet. GELACH.
En toen hadden jullie al wel iets? -Nee, maar wel het gevoel dat ik dacht: oh oh...
En uiteindelijk werd het kerstvakantie en was ik een week vrij.
En ik dacht: oh, wat mis ik mijn werk.
En toen dacht ik: ik mis ook mijn werk, maar ik mis iets anders.
En toen dacht ik: oh, dit wil ik helemaal niet.
Ik heb meteen de krant gehaald bij vrienden en uitgepuzzeld en toen ben ik gaan solliciteren.
En toen moest ik op gaan zeggen bij hem. En ik was hypernerveus.
En vervolgens vraagt hij: heeft het ook met mij te maken dat je weggaat?
Dat had u al door? LACHEND: -Blijkbaar wel iets.
GELACH.
Er was ├ęcht nog niets en tegelijkertijd vibraties, die waren er wel.
Dat was wederzijds? Die had u ook, die vibraties? -Ja, echt.
Zij had een afscheid van het werk en omdat ik daar de directeur was,
werd ik geacht een speech te houden zoals dat dan gaat.
En ik sta bekend als iemand die makkelijk speeches geeft. En ik kon toch niet uit mijn woorden komen.
Ja, toen was het al heel erg ja.
Hoe zou je deze liefde beschrijven? -Natuurlijk ben je 18, 19 jaar verder, bijna 20 jaar.
We hebben zelfs een kleine. Ik vind het toch wel heel graaf.
Jolanda heeft een ongeluk gehad en dat heeft heel veel betekend in haar bestaan.
En daarmee ook in ons bestaan. Noem het maar even een handicap,
maar het heeft nooit onze liefde en warmte in de weg gestaan, nee, echt niet.
Ik moet zeggen dat het wel lastig was...
Wat is er gebeurd? -Ik ben met mijn sportfiets gevallen over een loslopend hondje.
Schijnbaar een klein hondje, ik weet er niets van.
Ik heb een enorme klap gemaakt en ik heb er hersenletsel aan overgehouden.
Af en toe hoor je dat nog aan mijn spraak, maar ik heb een heel rustige dag en dan kan ik goed praten.
Ik heb tien maanden gerevalideerd om dat weer te leren. Ik hang van briefjes aan elkaar, zeg ik altijd,
of het nou boodschappenlijstjes zijn of lijstjes om je huis bij te houden of het menu, alles.
Terwijl ik altijd juist degene was die...
ja, ik was directie-secretaresse,
dus dan ben je best wel goed in het beheren van agenda's en afspraken te plannen.
En nu vind ik het al lastig om de afspraak bij de tandarts te onthouden...
of mijn huisarts geeft een briefje mee naar huis.
En ik merkte dat toen ik weer een beetje bij mijn positieven kwam,
dat het heel erg lastig was om weer gelijkwaardig te zijn want dat voelde ik niet,
ik was gewoon echt een patient: ik kon mezelf niet wassen, ik kon niet onder de douche,
ik kon de trap niet af en ik kon me zelfs niet aankleden.
En de eerste maanden lag ik vooral als een dood rietje in bed.
Maar zodra je weer een beetje beneden komt, ja, dan ben je onder dat juk uit:
je wilt niet de patient zijn, ik wil weer gewoon zijn partner zijn,
zijn vrouw zijn, zijn spreekbuis zijn, zijn maatje zijn...
Ja, daar hebben we samen veel over gepraat en we zijn nu echt op een punt, bijna vier jaar later,
dat we sinds een paar maanden weer gelijkwaardig zijn. -Ja.
Hoe heb je dat gedaan? -Heel veel praten en vooral vertellen wat je dwars zit...
of wat iemand niet moet doen omdat je daar dan toch geirriteerd van raakt.
Wat moet iemand niet doen? -Als ik bijvoorbeeld helpende ben: voortdurend wilde ik helpen...
Maar dan dacht ik: al val ik eruit, ik roep wel als ik hulp nodig heb. -Ja, dat.
Je was heel bezorgd? -Ja natuurlijk.
Dat is verschrikkelijk lief... -Ja, dat wel. GELACH.
Ik wil gewoon niet dat zielige grietje zijn!
Wat heeft dat ongeluk met jullie liefde gedaan?
Nou, we hebben NOG meer beseft hoe diep dat het zat en dat het ook echt door dik en dun is.
Maar het heeft ook veel hartzeer gegeven. Hij heeft een halfjaar later een stevig hartinfarct gehad.
Nee, het heeft er wel ingehakt. -Daardoor kwamen er ook heel veel spanningen bij hem eruit, denk ik.
Heb je het gevoel dat het weer gelijkwaardig is? -Ehm..., nee...
GELACH.
Zo zegt ze: heb het lef eens! ZE LACHT.
Nee, het liefste geef ik het antwoord...
'ja, we zijn weer volledig gelijkwaardig en zo gaan we ook met elkaar om'.
Maar het is nog wel dat ik steeds even oplet: hoe staat je rug erbij, hoe staat je gezicht erbij?
Ja, ik ben wel bezorgd. Maar met de liefde zelf is er niks gebeurd.
En dat hart werkt nog he? -Dit hart werkt! Nee, daar is niets mee aan de hand!
Maar jouw hart ook voor haar? -Oh ja, geen twijfel, geen twijfel!
MUZIEK.
TV GELDERLAND 2020.

Transcript

888 RUSTIGE MUZIEK EN FLUITENDE VOGELTJES.
In Gelderse bossen en parken praat ik met mensen over hun speciale band met een vriend, familielid of geliefde. Wie draag jij in je hart? MUZIEK.
Goeiemiddag. -Goeiemiddag.
Ik wil graag wat vragen over iemand met wie u een bijzondere band heeft.
Denkt u dan direct aan iemand? -Dan denk ik aan mijn moeder.
Met haar heb ik een heel bijzondere band, ja.
En zij is er nog? -Gelukkig wel ja.
Ze zit nu in het blinden-instituut in Ermelo en half maart kreeg ze griep en een longontsteking.
Dus het was meteen corona, maar na een test bleek dat gelukkig niet het geval te zijn.
Dus dat was voor mij een hele verlichting.
Zij ziet niet? -Zij ziet waas, ze ziet wel schimmen.
Het gezichtsvermogen wordt steeds minder.
En wat maakt die band zo bijzonder? Ja..., we zijn altijd heel close geweest met elkaar.
Misschien is mijn handicap de oorzaak geweest, want ik had vroeger een kromme rug.
En ik heb nu twee stalen pennen in mijn rug zitten.
Misschien dat dat het was, ik weet het niet, maar ik ben altijd heel close met mijn moeder geweest.
Je was kwetsbaarder? -Nou nee, ik was veel meer zelfstandig.
Ik was geen schaapje van de familie. Als er een zei: je moet dit, dan deden ze het allemaal.
Maar ik was tegendraads.
En had dat wat te maken met je rug? -Ja, als kind word je met heel veel gepest, bijvoorbeeld als je een hazenlip had of een brilletje of een loens-oog.
Je werd altijd wel uitgescholden om je handicap.
Dat waren kinderen, maar volwassenen konden er ook wat van.
Ja, dat heeft mij sterk gemaakt! En dat heeft me ook heel veel verdriet gedaan, maar het heeft me ook sterk gemaakt.
Want jij werd gepest met die kromme rug? -Jazeker, want ik was de gebochelde van de Notre Dame, Quasimodo, en ik weet ik veel wat ik allemaal naar mijn kop geslingerd heb gekregen! En hoe reageerde je moeder dan? -Dat deed haar wel verdriet.
Op de hogere school zat een jongen die steeds zei: he bochel, he bochel.
En toen heb ik drie keer tegen hem gezegd dat hij op moest houden, 'anders sla ik je straks voor je harsens!'. En bij de vierde keer was het bam, raak! Toen heb ik hem echt geslagen. En natuurlijk moest mijn moeder er bij komen.
En de meester zei: dat kan niet! Maar mijn moeder zei: 'hij had hem zijn oren af moeten bijten'.
'Hij had hem zijn hersens in moeten slaan.' Ja! Want mijn moeder kon ook niet tegen dat gepest.
Maar je moeder kwam altijd voor je op? -Ja.
En hoe steun je haar nu? -Ja, door haar op te zoeken.
Nu zit ze in Bartimeus en dan ga ik eerst langs de vishandel...
en bel ik van te voren op of ze trek heeft in een visje.
En dan zegt ze wat ze wil en dan haal ik in Harderwijk een visje voor haar....
en dan geef ik dat af aan de zorg en dan heeft ze weer wat lekkers! Want dan kun je haar niet zien? -Nee, ik kan haar niet even zien.
Maar dat gaat aanstaande maandag veranderen. Dan wordt er zo'n bezoekersbox geopend.
En dat doet haar ook wel goed. Ze zegt altijd: blij dat ik je stem hoor.
En ze kan mijn gezicht niet goed zien, maar ze ziet wel mijn bouw.
En als ik zijwaarts ga staan, dan ziet ze me helemaal met die dikke pens van me.
Je hebt nu geen kromme rug meer, maar een beetje kromme buik? Ja, het is een beetje naar voren geschoten. GELACH.
Hoe blij ben jij dat ze er nog is? -Nou heel blij! Ik zou me zonder haar geen leven voor kunnen stellen.
Echt niet! Waarom niet? -Ja, het is mijn moeder. Ze heeft het eeuwige leven wat mij betreft.
Ze wordt nu 88, maar van mij mag ze 120 worden! Het is je moeder. Iedereen wil zo'n moeder. Tenminste iedereen die een goede band met z'n moeder heeft.
Niet iedereen heeft zo'n goede band. Je hebt ook mensen die denken: nou, daaaag, ik ga niet meer.
Maar dat denk jij niet? -Nee, echt niet.
Van de week had ik het met iemand over moeders en zo en dingetjes brengen.
En die zei: ja, maar dan moet ik 88 kilometer rijden, dat doe ik niet hoor.
Ik zei: dat heb je toch wel over voor je moeder? Ik zei: al zou ze in Maastricht wonen en ze zouden daar geen visboer hebben, dan rijd ik rustig van Harderwijk naar Maastricht om haar een harinkie te brengen hoor! Zo gek ben ik ook nog! En haar dan heel blij te zien worden? -Ja, en dat is het belangrijkste.
Dat is het mooiste wat er is: iemand blij maken! Zeker je moeder? -Zeker mijn moeder! MUZIEK.
PIEPEND HEK.
Goeiedag. -Hallo.
Mag ik vragen wat u bent van elkaar? -Mijn vriend. -We hebben samen een relatie.
Niet getrouwd? -Nee.
We hebben er allebei een huwelijk op zitten.
Hoe lang is dat geleden? -Tien jaar geleden, dus we zijn tien jaar bij elkaar. -Ja.
En voor jou is het iets langer geleden he? -Ja, 13 jaar.
En bij jou is het vrij snel na de vorige relatie weer begonnen? -Ja, dat klopt.
Het was heel onverwacht, want dat had ik ook niet gedacht. Maar dat overkomt je.
Hoe kwam het? -We kwamen elkaar tegen in een cafe en toen zagen we elkaar.
We hadden een gezamenlijke vriendin en die zei tegen haar: je moet er eens uit.
En ik kwam daar al. En toen kwam ik haar tegen. Ik was al zo'n 3 jaar alleen.
En toen is het tot stand gekomen. De vonk sloeg over. Zij is 24 jaar getrouwd geweest en ik 30 jaar.
Die relatie werd niet beeindigd omdat ik dat wilde, dus dat was ook nog moeilijk, snap je? Was hij toen een trooster? GELACH. -Nee, dat was ik niet.
Als ik uit was, was ik meer een feestneus en dat was voor haar ook: een stukje ontspanning vinden.
In het cafe kwamen veel mensen die in dezelfde situatie zaten: tussen de 35 en 65 jaar.
En die zaten allemaal alleen.
Door de weeks was het voor niemand een probleem als je met die mensen ging praten, maar het weekend was wel een probleem.
En dan moesten ze er even uitbreken.
Dus het was een beetje een vrijgezellen-cafe? -Ja.
Nou, daar is wel veel tot stand gekomen, dus ja, daar zijn best veel mensen tot elkaar gekomen.
Hij is dus een beetje een feestnummer? -Ja.
En hoe is hij dan? -Heel gezellig! GELACH.
Een beetje druk. -Zij is rustig en verstandig. -Ik ben heel rustig ja, dat klopt. Misschien passen we daardoor ook wel goed bij elkaar. Als je allebei druk bent, dan...
En zit trouwen er nog in? -Nee. -Nee, we zijn officieel wel verloofd.
Maar dat ben je toch alleen als je gaat trouwen? -Ja, dat kan heel lang duren. GELACH.
Dat is de status die jullie willen vasthouden? -Ja. -Ja, ik denk het wel.
Ik denk niet meer dat het er van komt om nog te trouwen.
En verder maakt het ook niet zoveel uit, of je getrouwd bent of samen woont....
Dat voegt weinig toe, denk ik.
Maar het kwam er zo bewust uit dat ik denk: dat willen jullie niet meer voor de tweede keer? Dat is het, we willen niet meer voor de tweede keer, dat klopt.
Zoals zij de domper heeft gehad, zo heb ik die ook gehad.
En dan gaat het er niet over wie schuldig is, dat is niet belangrijk.
Maar dat hoeft gewoon niet meer. Dat wil je niet meer meemaken.
Omdat je dan nog banger wordt dat het ophoudt of zo? -Nou, het brengt wel een hoop ellende met zich mee.
Ik woon bij haar en als er nou iets zou zijn, dan kan ik mijn koffer pakken en gaan.
Maar toen was er heel veel: er waren kinderen in het spel en bij haar ook.
Zij heeft een zoon en ik heb er drie. Dus ja, dan is het toch wel anders.
En dat heeft een hele grote impact. Dat sleept ook heel lang na.
Voelen jullie die impact nog steeds? -Ik denk die nooit weggaat.
Dat is voorbij, maar tijdens sommige gesprekken met je kinderen...
merk je dat het voor hun nog een grote rol speelt. En als je dat een keer hebt meegemaakt, ben je dan ook banger of voorzichtiger? Ja, dat klopt, ik wel. -Ja, over sommige dingen denk je anders.
We hoeven niet per se meer te trouwen om het goed te laten zijn.
Want we waren toen allebei getrouwd en dat is ook fout gegaan.
Als je trouwt is het geen garantie.
Maar niks is een garantie in het leven, dat heb je er wel van geleerd.
Maar je zei ook dat je banger was? -Ja, ik ben daardoor wel bang en meer op mijn hoede.
Dat is logisch. Je gaat signalen veel beter bekijken, dus als het een keer niet zo loopt, dan denk je: oh wacht even, even opletten nu. In het begin waren we allebei blind van vertrouwen en dat is beschadigd in het huwelijk, dus je gaat er anders mee om.
Heb je het wel een keer gevierd met anderen, dat jullie bij elkaar horen? Ja, toen met ons verlovings-feestje. Toen hebben we groot feest gegeven.
Er waren honderd mensen, denk ik.
Jullie zijn dus verloofd tot de dood je scheidt? -Nou, dat is wel de bedoeling. GELACH.
LACHEND: Ja.
MUZIEK.
Hallo mevrouw. Wat een leuk hondje is dat.
Ik heb hem gekregen na het overlijden van mijn man, want wij wilden nooit meer een hond hebben.
En deze heb ik zodat ik niet alleen ben.
En ze gaven hem dus aan u omdat ze vonden dat u niet alleen thuis moest zijn? -Ja.
Het is een geschenk. Je bent nooit alleen en hij is blij als je thuiskomt.
We kunnen samen praten.
Samen praten zelfs? -Ja, alleen zegt hij niets terug. Of niet Bo? Bo? Wat zegt u tegen hem? -Hoi knul, kom maar bij mama.
En als hij hard blaft dan zeg ik: niet zo hard, oma slaapt. En dan gaat hij zachtjes blaffen.
He Bo? Oma slapen he? Dan mag hij niet zo hard blaffen.
Was deze Bo ook een grote troost voor u toen u man was overleden? Ja, want dan moest ik naar buiten en daar kom je onder de mensen.
En zo kreeg ik weer contact, anders knies je thuis zo weg en ben je zo alleen.
En u kunt knuffelen met die hond he? -Ja, maar ik ben niet zo'n knuffelbeestje.
Hij komt weleens bij me zitten en dat zet ik 'm weleens op mijn schoot.
En als je een beetje gezet bent, dan heb je geen schoot. GELACH.
Maar als deze Bo naar u toekomt en op de bank tegen u aan wilt kruipen, dan zegt u: doe niet zo klef.
Nee, nee, dat mag hij wel, doordat ik die schoot heb. Zie dan. GELACH.
Kunt u zeggen wat die hond voor u betekent? -Alles, alles! Hij is niet te koop. Ook al leggen ze een ton neer, maar als het op is, dan ben ik wel mijn hond kwijt.
Het is echte liefde? -Ja! Nog heel veel geluk met de hond samen! -Dank! Oh kijk, daar gaat hij al. -Dat weet hij al.
Doeg! MUZIEK.
Hoi! MUZIEK.
Goeiedag mevrouw. Mag ik u wat vragen? -Zeker.
We maken een programma over de bijzondere band die mensen met elkaar hebben.
Denkt u aan iemand bij liefde of vriendschap? -Jazeker, aan degene die er niet meer is, en daarom ben ik ook altijd in Neerijnen te vinden, waar ik altijd wandel, want mijn man ligt hier begraven. Net buiten het dorpje Neerijnen.
Het is al heel lang geleden, maar die band heb ik gewoon. Ik voel me hier ook meteen thuis.
Maar ik heb hier ook samen met mijn man gewoond, vandaar dat die band altijd blijft.
En hij is hier overleden? -Ja en hij ligt op het kerkhofje net buiten Neerijnen begraven.
Hoe lang geleden is hij overleden? -Dat wordt 20 jaar. -Zo! En komt u hier nog vaak? -Drie tot vier keer in de week.
Dit is zo'n prachtige plek! De natuur, of het nou winter of zomer is.
En nu vooral met de bloesem: het is een mystieke plek! Drie, vier keer in de week? -Ja en dan kom ik uit Den Bosch om hier te wandelen.
En komt u dan voor die mystieke natuur of vooral uw man? -Beiden, want daar denk je aan: wij wandelden hier vroeger heel veel en hij werkte in Nieuwegein. Hij had zo'n goed gevoel voor...
Toen was dit nog niet zo, toen was dit nog geen fietspad.
Hij wist toen al dat zich dat zo zou ontwikkelen. Hij had zoveel gevoel voor de natuur! En ik niet. En nu, jaren later, zie ik het.
En dat is zo bijzonder.
En dat ziet u dat hij toen al gelijk had? -Ja, helemaal.
En ik zeg het ook vaak: wat heb jij gelijk gehad.
Waaraan is uw man overleden? -Ja, dat is allemaal triest gegaan: een medische misser. -Oh.
Dus dat is allemaal niet zo prettig geweest.
Hij was geopereerd aan een klein gezwel in de endeldarm. De operatie was helemaal geslaagd.
Ze hadden een nieuwe methode vanuit Amerika: ze zetten de darmwand met krammetjes aan elkaar.
Dat is compleet mislukt! Hij is overleden door een bloedvergiftiging.
Is hij wel bij geweest na de operatie? -Ja, ja.
Na een aantal dagen is het compleet misgegaan.
Hoe lang voor het overlijden wist hij dat het niet goed zou aflopen? Nou, hij heeft het niet geweten. Want hij belde mij in Neerijnen en ik reed naar Amsterdam.
Ik had twee verschillende schoenen aan en ik kwam en toen zag ik al dat hij bijna vergiftigd was.
Toen hebben ze hem meteen naar de operatiekamer gereden en hebben ze een tube ingebracht, maar toen kreeg hij een hartstilstand en toen was het te laat! Heeft u dus ook geen afscheid van hem kunnen nemen? -Niemand, dat is vreselijk geweest... ja.
En daarom heb ik altijd weer het gevoel van, als is hier ben, ...
ja...
... ik voel dat hij op een of andere manier nog bij me is. Ja.
Daardoor is het misschien ook moeilijk om hem los te laten, omdat u geen afscheid kon nemen? Jawel, na verloop van tijd, van jaren, kun je iemand loslaten...
het blijft wel in je hart, maar het leven gaat door.
En ik heb alles gedaan, het gevoel wat we samen deelden: ik ben Italiaans gaan studeren, ik ben met met autootje naar Assisi gereden en ik heb een plekje gekocht in Italie, in Ubrie, waar we verliefd op waren.
Hoe lang zijn jullie samen geweest? -Alles bij elkaar zo'n 12 jaar. Dat is kort.
Dat is te kort he? -Ja.
Ik ben ook getrouwd in het kasteel van Neerijnen.
We zijn getrouwd toen we in de Betuwe gingen wonen.
Kunt u zeggen hoe die 12 jaar waren? -Met ups en downs.
Het was een vrij ongeduldige man en veel stress, natuurlijk met zijn werk ook.
Hij kon ook ongeduldig zijn.
Dus jullie hadden ook weleens ruzie? -Oh ja, de borden vlogen wel door de kamer, maar dat is het mooie...
Letterlijk? -Juist, ja, omdat ik dan op een gegeven moment zo geladen werd, dus dat is wel zo, ja.
Hoe maakten jullie het dan weer goed? -Dat deed hij altijd op een speficieke manier.
Hij had een enorm gevoel voor humor. We woonden erg mooi en dan stond hij bijvoorbeeld bij het keukenraam...
en maakte hij allemaal grapjes bij het raam. En dan kreeg hij me altijd wel weer aan het lachen! En dan was het weer goed? -Ja.
12 jaar waren jullie getrouwd en toen is hij onverwacht en onnodig overleden? -Ja.
Hoe ga je dan verder? Ik was 48 en ik dacht: hier kom ik nooit meer bovenop.
Maar dat is me gelukt. Daarom was onze relatie ook bijzonder.
Mijn man hield wel van een sterke persoonlijkheid en dat ben ik ook wel.
En als u hier dan iets verderop bij zijn graf bent, voelt u dan nog veel? Ja, heel vreemd..., ja, het is een graf en dat is het ook, maar vreemd dat zo iemand nooit meer terug zal komen. Dat is gewoon heel raar! Ja, dat vind ik echt heel heel erg. De plannen die we samen hadden...
... maar dat heb ik grotendeels alleen gedaan. Ik heb dat huis gekocht in Italie.
Daar was hij ook bij u? -Jazeker! -En hier op de dijk is hij er ook? -Absoluut.
De ene keer loop ik hier vier keer en de andere keer drie keer, want ik kom hier om de dag.
Maar ik vind het een geweldige plek.
Nog heel veel mooie wandelingen gewenst! -Dank je wel.
MUZIEK.
FLUITENDE VOGELTJES.
Hallo! -Dag.
Hoi hallo! Mag ik wat vragen? U wandelt hier, maar het lijkt me niet zo makkelijk om hier te wandelen of wel? Dat valt nogal mee, ik ben het gewend.
En de stok behoedt me ervoor dat ik niet de hele tijd naar beneden loop te kijken, waar ik mijn voeten zet.
Dus de stok geeft vertrouwen? -Ja, heel veel! Wij praten in dit programma over de onderlingen band tussen mensen.
Wat zijn jullie van elkaar? -Wij zijn man en vrouw, getrouwd. -Ja, hoor, ook dat.
Al lang geleden? -In 2006.
En is dat dan de eerste relatie? -Nee, ik was niet eerder getrouwd, maar heb wel samengewoond met iemand anders. -En ik ben eerder getrouwd geweest. Waar zijn jullie elkaar tegengekomen? -Op het werk.
Hij was een van de directeuren, dus dat kon helemaal niet. GELACH.
Dus ik ben maar van baan veranderd binnen de organisatie, maar ja, een aantal weken later...
kwam er een organisatie-wijziging en werd hij weer opnieuw manager in het gebied waar ik werkte.
En toen zei een collega: je kan lopen wat je wil, maar sommige dingen ontloop je niet. GELACH.
En toen hadden jullie al wel iets? -Nee, maar wel het gevoel dat ik dacht: oh oh...
En uiteindelijk werd het kerstvakantie en was ik een week vrij.
En ik dacht: oh, wat mis ik mijn werk.
En toen dacht ik: ik mis ook mijn werk, maar ik mis iets anders.
En toen dacht ik: oh, dit wil ik helemaal niet.
Ik heb meteen de krant gehaald bij vrienden en uitgepuzzeld en toen ben ik gaan solliciteren.
En toen moest ik op gaan zeggen bij hem. En ik was hypernerveus.
En vervolgens vraagt hij: heeft het ook met mij te maken dat je weggaat? Dat had u al door? LACHEND: -Blijkbaar wel iets.
GELACH.
Er was ├ęcht nog niets en tegelijkertijd vibraties, die waren er wel.
Dat was wederzijds? Die had u ook, die vibraties? -Ja, echt.
Zij had een afscheid van het werk en omdat ik daar de directeur was, werd ik geacht een speech te houden zoals dat dan gaat.
En ik sta bekend als iemand die makkelijk speeches geeft. En ik kon toch niet uit mijn woorden komen.
Ja, toen was het al heel erg ja.
Hoe zou je deze liefde beschrijven? -Natuurlijk ben je 18, 19 jaar verder, bijna 20 jaar.
We hebben zelfs een kleine. Ik vind het toch wel heel graaf.
Jolanda heeft een ongeluk gehad en dat heeft heel veel betekend in haar bestaan.
En daarmee ook in ons bestaan. Noem het maar even een handicap, maar het heeft nooit onze liefde en warmte in de weg gestaan, nee, echt niet.
Ik moet zeggen dat het wel lastig was...
Wat is er gebeurd? -Ik ben met mijn sportfiets gevallen over een loslopend hondje.
Schijnbaar een klein hondje, ik weet er niets van.
Ik heb een enorme klap gemaakt en ik heb er hersenletsel aan overgehouden. Af en toe hoor je dat nog aan mijn spraak, maar ik heb een heel rustige dag en dan kan ik goed praten.
Ik heb tien maanden gerevalideerd om dat weer te leren. Ik hang van briefjes aan elkaar, zeg ik altijd, of het nou boodschappenlijstjes zijn of lijstjes om je huis bij te houden of het menu, alles.
Terwijl ik altijd juist degene was die...
ja, ik was directie-secretaresse, dus dan ben je best wel goed in het beheren van agenda's en afspraken te plannen.
En nu vind ik het al lastig om de afspraak bij de tandarts te onthouden...
of mijn huisarts geeft een briefje mee naar huis.
En ik merkte dat toen ik weer een beetje bij mijn positieven kwam, dat het heel erg lastig was om weer gelijkwaardig te zijn want dat voelde ik niet, ik was gewoon echt een patient: ik kon mezelf niet wassen, ik kon niet onder de douche, ik kon de trap niet af en ik kon me zelfs niet aankleden.
En de eerste maanden lag ik vooral als een dood rietje in bed.
Maar zodra je weer een beetje beneden komt, ja, dan ben je onder dat juk uit: je wilt niet de patient zijn, ik wil weer gewoon zijn partner zijn, zijn vrouw zijn, zijn spreekbuis zijn, zijn maatje zijn...
Ja, daar hebben we samen veel over gepraat en we zijn nu echt op een punt, bijna vier jaar later, dat we sinds een paar maanden weer gelijkwaardig zijn. -Ja.
Hoe heb je dat gedaan? -Heel veel praten en vooral vertellen wat je dwars zit...
of wat iemand niet moet doen omdat je daar dan toch geirriteerd van raakt.
Wat moet iemand niet doen? -Als ik bijvoorbeeld helpende ben: voortdurend wilde ik helpen...
Maar dan dacht ik: al val ik eruit, ik roep wel als ik hulp nodig heb. -Ja, dat.
Je was heel bezorgd? -Ja natuurlijk.
Dat is verschrikkelijk lief... -Ja, dat wel. GELACH.
Ik wil gewoon niet dat zielige grietje zijn! Wat heeft dat ongeluk met jullie liefde gedaan? Nou, we hebben NOG meer beseft hoe diep dat het zat en dat het ook echt door dik en dun is.
Maar het heeft ook veel hartzeer gegeven. Hij heeft een halfjaar later een stevig hartinfarct gehad.
Nee, het heeft er wel ingehakt. -Daardoor kwamen er ook heel veel spanningen bij hem eruit, denk ik.
Heb je het gevoel dat het weer gelijkwaardig is? -Ehm..., nee...
GELACH.
Zo zegt ze: heb het lef eens! ZE LACHT.
Nee, het liefste geef ik het antwoord...
'ja, we zijn weer volledig gelijkwaardig en zo gaan we ook met elkaar om'.
Maar het is nog wel dat ik steeds even oplet: hoe staat je rug erbij, hoe staat je gezicht erbij? Ja, ik ben wel bezorgd. Maar met de liefde zelf is er niks gebeurd.
En dat hart werkt nog he? -Dit hart werkt! Nee, daar is niets mee aan de hand! Maar jouw hart ook voor haar? -Oh ja, geen twijfel, geen twijfel! MUZIEK.
TV GELDERLAND 2020.